Citaat | Centrale Raad van Beroep 3 april 2013

Alinea 44 Centrale Raad van Beroep 3 april 2013

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 3 april 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6621.

5.12. Op grond van de brief van 15 september 2008 en de daarin opgenomen uitnodiging voor een gesprek met een fraude-inspecteur van het Uwv kon appellante niet uitsluiten dat van de door haar aan de fraude-inspecteur verstrekte informatie ook gebruik zou kunnen worden gemaakt voor het opleggen van een boete. Appellante heeft zich daarom terecht gekeerd tegen het gebruik van de door haar op 6 oktober 2008 afgelegde verklaring en de nadien overgelegde informatie waar het de vaststelling en de toetsing van de opgelegde boete betreft. Alvorens appellante deze verklaring aflegde en schriftelijke informatie verschafte heeft de fraude-inspecteur appellante er immers uitdrukkelijk op gewezen dat zij verplicht was de gevraagde inlichtingen te verstrekken. Het bewijsmateriaal in die verklaring en de daarna overgelegde informatie zijn daarmee onder druk en niet onafhankelijk van de wil van appellante verkregen en moet daarom buiten beschouwing blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e87da9c10bcaa79ab0a8f16908a0ff9afd5a15523fa3a6668ce1b87923da28be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e87da9c10bcaa79ab0a8f16908a0ff9afd5a15523fa3a6668ce1b87923da28be, en de alinea staat in dat document op bytes 19999 tot 20967.