Citaat | Centrale Raad van Beroep 7 mei 2014

Alinea 22 Centrale Raad van Beroep 7 mei 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 7 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1547.

1.6. De Minister heeft het tegen de besluiten van 10 en 16 maart 2012 door appellante gemaakte bezwaar bij besluit van 11 juni 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daartoe is gesteld dat uit het onderzoek dat door de controleurs is verricht niet is gebleken dat appellante ten tijde van het onderzoek woonde op het adres [adres 2] te [woonplaats]. De Minister heeft gesteld zich niet aan de indruk te kunnen onttrekken dat de getoonde kamer met het tweepersoonsbed de kamer was van de zus van appellante. Daarbij is erop gewezen dat de andere kamer een stuk kleiner was, en dat die diende als opslagruimte. In die kamer bevonden zich tassen en koffers waarin de zus van appellante haar kleding had opgeborgen. Van appellante is geen recente post aangetroffen. De bij het bezwaarschrift meegezonden stukken zijn niet van dien aard dat daaruit kan worden afgeleid dat appellante op haar GBA-adres woonde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa239205e9792fbfb1898448bc71cd97458ddc88d539e2d5e8eba15cc27aba2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa239205e9792fbfb1898448bc71cd97458ddc88d539e2d5e8eba15cc27aba2a, en de alinea staat in dat document op bytes 7504 tot 8428.