Citaat | Centrale Raad van Beroep 7 mei 2014

Onder 4.2. Centrale Raad van Beroep 7 mei 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 7 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1547.

Van de (slaap)kamers die aan de controleurs zijn getoond, zou er een van appellante zijn. Appellante deelde die kamer blijkens haar eigen verklaring en die van haar zus (tijdelijk) met haar zus, maar ze zou deze kamer ook alleen gebruiken in de periodes dat haar zus bij haar moeder verbleef. Op deze kamer zijn echter geen spullen aangetroffen waarvan vaststaat of zonder meer kan worden aangenomen dat deze aan appellante toebehoren. De kleinere slaapkamer zou van de zus van appellante zijn, maar van die kamer is niet in geschil dat daar niet kon worden geslapen, omdat deze werd gebruikt als opslagruimte. Dat die opslag tijdelijk was, is niet gebleken. In beroep heeft appellante verklaard dat de kleine slaapkamer diende als opslagruimte van goederen die haar zus zou hebben willen meenemen bij haar vertrek in verband met haar voorgenomen huwelijk. Van het uitpakken van deze spullen was het nog niet gekomen. Enig bewijsstuk van dit voorgenomen huwelijk is niet ingezonden. Van dat huwelijk is tijdens het huisbezoek overigens geen melding gemaakt. Blijkens het rapport zijn van appellante slechts enkele poststukken in de woning aangetroffen. Uit deze poststukken kan evenwel niet worden afgeleid dat appellante op haar GBA-adres woonde. De hoeveelheid is daarvoor te beperkt, waarbij kan worden vastgesteld dat twee van de vier getoonde poststukken dateerden van meer dan anderhalf jaar voor de datum van het huisbezoek. Het meest recente poststuk dateerde van vier weken voor het huisbezoek en dit poststuk was nog ongeopend. Van ten minste een van de afzenders is bovendien bekend dat deze standaard het GBA-adres als postadres hanteert. Tot slot is niet komen vast te staan dat appellante voor het verblijf op het GBA-adres betaalde. Hoewel daarnaar is gevraagd, zijn bewijsstukken hiervan niet overgelegd. Nu uit de gegevens van het huisbezoek op het GBA-adres al kon worden afgeleid dat appellante daar niet woonde en, gelet op de artikelen 1.1 en 1.5 van de Wsf 2000, niet van belang is waar appellante dan wel woonde, was het afleggen van een huisbezoek op het ouderlijk adres niet nodig.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa239205e9792fbfb1898448bc71cd97458ddc88d539e2d5e8eba15cc27aba2a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa239205e9792fbfb1898448bc71cd97458ddc88d539e2d5e8eba15cc27aba2a, en de alinea staat in dat document op bytes 14539 tot 16658.