Citaat | Centrale Raad van Beroep 23 januari 2014

Onder 2.2. Centrale Raad van Beroep 23 januari 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 23 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:159.

De stellingen van appellant komen er in hoofdzaak op neer dat, zo al niet moet worden gesproken van een impliciete afwijzing vóór 1 januari 1992, het reeds vóór die datum op de weg van verweerder had gelegen om zijn aanspraak op NMIK ambtshalve te onderzoeken en vast te stellen. Daartoe heeft appellant gewezen op het door verweerder sinds 1989 gevoerde beleid om ten aanzien van (gehuwde) vrouwen voortaan ambtshalve te bezien of er grond was om, in plaats van een periodieke uitkering, NMIK toe te kennen. Hij acht het een ongeoorloofd onderscheid naar geslacht om deze beleidslijn niet ook op mannen toe te passen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c63e70f24ab44907c375d2c3549d8e48c8f6d4b51b88a2f3e0b2aee57ba1581c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c63e70f24ab44907c375d2c3549d8e48c8f6d4b51b88a2f3e0b2aee57ba1581c, en de alinea staat in dat document op bytes 8898 tot 9534.