Citaat | Centrale Raad van Beroep 23 januari 2014

Onder 3.5. Centrale Raad van Beroep 23 januari 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 23 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:173.

Vaststaat dat appellante voldoende tijd had om na te denken over het haar gedane aanbod en dat zij juridische bijstand had van H tijdens het onderhandelingsproces. Daartegenover staat dat het college op grond van de e-mail- en briefwisseling tussen B en het college enerzijds en H en appellante anderzijds ermee bekend was dat op het moment dat B bij H aandrong op spoedige ondertekening van de VO en vroeg om een ‘gebaar’ van appellante, bij haar nog vragen leefden over de VO, die ook door H nog niet volledig waren beantwoord, en dat zij ervan uitging dat de VO nog niet rond was. De twijfels van appellante blijken ook uit de mededeling van H dat appellante mogelijk van de VO afziet. Op 16 december 2009 blijkt appellante nog steeds op twee gedachten te hinken: zij wil een VO, maar wil ook weten wat de gevolgen daarvan zijn en wil nog een voorwaarde stellen. Ook laat zij weten dat haar psychische gesteldheid niet goed is. Het college heeft hierover geen contact meer opgenomen met appellante, maar is overgegaan tot het tekenen van de VO en de voorbereiding van een ontslagbesluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb577b01979f8e9b93572534ee17d8b76b8a35b7b9d46f8067c983c64ce77e42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb577b01979f8e9b93572534ee17d8b76b8a35b7b9d46f8067c983c64ce77e42, en de alinea staat in dat document op bytes 12824 tot 13931.