Citaat | Centrale Raad van Beroep 22 mei 2014

Onder 3.7. Centrale Raad van Beroep 22 mei 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 22 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1871.

Met betrekking tot de terugvordering van de over de periode 1 januari 2006 tot 1 januari 2009 uitbetaalde wachtgelduitkering hebben appellanten aangevoerd dat in dit geval geen sprake is van toedoen en dat daarom alleen kan worden teruggevorderd hetgeen onverschuldigd is betaald gedurende twee jaar na de dag van uitbetaling. Daarbij hebben zij verwezen naar de vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 22 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM3726) die inhoudt dat het bestuursorgaan in een situatie waarin de (gewezen) ambtenaar wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat hij te veel ontving, in beginsel hetgeen aan de ambtenaar onverschuldigd is betaald gedurende twee jaren na de dag van uitbetaling kan terugvorderen; die termijn kan volgens deze rechtspraak tot vijf jaren worden verlengd als de gemaakte fout door toedoen van de ambtenaar is ontstaan. Naar aanleiding van dit betoog overweegt de Raad het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76d271bede6ffb7cd3d51b339c8c33f56983df8ef20fb03c89703c34b3159935. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76d271bede6ffb7cd3d51b339c8c33f56983df8ef20fb03c89703c34b3159935, en de alinea staat in dat document op bytes 12437 tot 13372.