Citaat | Centrale Raad van Beroep 11 juni 2014

Onder 5.2. Centrale Raad van Beroep 11 juni 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 11 juni 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2046.

Voor de vraag of betrokkene tot [naam bedrijf] in een zodanige privaatrechtelijke dienstbetrekking heeft gestaan is maatgevend of tussen hem en [naam bedrijf] sprake was van een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Bij de beantwoording van de vraag of de rechtsverhouding beantwoordt aan de criteria voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst moet acht worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Daarbij dienen niet alleen de rechten en verplichtingen in aanmerking te worden genomen die partijen bij het aangaan van de rechtsverhouding voor ogen stonden, maar moet ook acht worden geslagen op de wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan hun rechtsverhouding en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. Daarbij is niet een enkel kenmerk beslissend, maar moeten de verschillende rechtsgevolgen die partijen aan hun verhouding hebben verbonden in hun onderling verband worden bezien (zie HR 17 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU8926 en HR 25 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3887).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a35dca6046a038c0a63883154198251a9fbc90591535f765a3af9a9cfa6364b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a35dca6046a038c0a63883154198251a9fbc90591535f765a3af9a9cfa6364b8, en de alinea staat in dat document op bytes 9611 tot 10692.