Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juli 2014

Onder 3. Centrale Raad van Beroep 1 juli 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2270.

Appellante heeft aangevoerd dat sprake is van arbeidsongeschiktheid in en door de dienst, zodat het college niet bevoegd was om haar bezoldiging te verlagen. Appellante werd in 2004 en 2005, toen zij als beleidsmedewerker bij de stafsectie GGD van de hulpverleningsdienst van de gemeente Groningen (HVD) was aangesteld, lange tijd gepest door haar collega’s en het management bij de HVD. Daarnaast hebben de spanningen rond haar langlopende re-integratie van 2006 tot 2009 veel stress veroorzaakt. Het college heeft appellante in deze periode onnodig thuis laten zitten, in plaats van mee te werken aan haar (her)plaatsing. Volgens appellante is het college verantwoordelijk voor haar ziekmelding op 15 september 2009. Hierna heeft het college wederom twee jaar lang onvoldoende meegewerkt aan de re-integratie van appellante, waardoor zij niet structureel in een andere passende functie is geplaatst en haar arbeidsongeschiktheid is blijven voortduren. Ook artikel 7:3, zesde lid, van het ARG verzet zich daarom tegen verlaging van de bezoldiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9fddefa03619d439303d2736604eb9c9a7417a14fa63b4ae89ac77826724236. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9fddefa03619d439303d2736604eb9c9a7417a14fa63b4ae89ac77826724236, en de alinea staat in dat document op bytes 7924 tot 8988.