Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 augustus 2014
Onder 4.4. Centrale Raad van Beroep 1 augustus 2014
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 augustus 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2607.
In het eerste lid van artikel 29b van de WAO, dat per 1 juli 2009 is vervallen, is bepaald dat indien het Uwv jegens de belanghebbende een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, de belanghebbende niet langer verplicht is ter zake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het betreft de boeteoplegging. Verder is in het eerste lid van artikel 29b van de WAO bepaald dat de belanghebbende hiervan in kennis wordt gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd. In het per 1 juli 2009 in werking getreden artikel 5:10a van de Awb is een regeling opgenomen die, voor toepassing in socialezekerheidszaken, vergelijkbaar is met de regeling die tot die datum was opgenomen in het eerste lid van artikel 29b van de WAO en het nagenoeg gelijkluidende eerste lid van artikel 27b van de Werkloosheidswet (WW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4149e8a547202bef1671deb33641e51159725030f96145c87f31c597955d98f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4149e8a547202bef1671deb33641e51159725030f96145c87f31c597955d98f, en de alinea staat in dat document op bytes 14584 tot 15541.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4149e8a547202bef1671deb33641e51159725030f96145c87f31c597955d98f | shasum -a 256