Citaat | Centrale Raad van Beroep 27 augustus 2014
Onder 4.3. Centrale Raad van Beroep 27 augustus 2014
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 27 augustus 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2862.
Ten aanzien van de herziening en boeteoplegging overweegt de Raad voorts als volgt. Wil een herziening en boeteoplegging als hier aan de orde in rechte stand kunnen houden dan moet de Minister in het kader van de herziening aannemelijk maken en in het kader van de boeteoplegging aantonen dat appellant niet heeft voldaan aan de voorwaarden die in artikel 1.5, eerste lid, van de Wsf 2000 zijn gesteld. Aan die bewijslast heeft de Minister voldaan. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat de Minister zijn standpunt dat appellant niet woonde op zijn GBA-adres heeft kunnen baseren op de bevindingen van het onderzoek op het GBA-adres van appellant als neergelegd in het rapport van 27 januari 2012. In dat rapport worden de feiten en waarnemingen duidelijk en op inzichtelijke wijze weergegeven en deze kunnen de conclusie dragen dat appellant niet woonde op zijn GBA-adres. De overwegingen van de rechtbank worden volledig onderschreven. Hier wordt het volgende aan toegevoegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8dbcfaea2f5c2842c9ce6d80a3643130ed5f0e51284ef25739734b70e313e114. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8dbcfaea2f5c2842c9ce6d80a3643130ed5f0e51284ef25739734b70e313e114, en de alinea staat in dat document op bytes 13127 tot 14130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8dbcfaea2f5c2842c9ce6d80a3643130ed5f0e51284ef25739734b70e313e114 | shasum -a 256