Citaat | Centrale Raad van Beroep 29 augustus 2014

Onder 5.4.2. Centrale Raad van Beroep 29 augustus 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 29 augustus 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2889.

Zoals de Raad al bij herhaling heeft overwogen, merkt het EHRM als “the very essence” van het EVRM aan, respect voor menselijke waardigheid en menselijke vrijheid. Het in artikel 8 van het EVRM besloten liggende recht op respect voor het privéleven en gezinsleven van een persoon omvat mede de fysieke en psychische integriteit van die persoon en is er primair op gericht, zonder inmenging van buitenaf, de ontwikkeling van de persoonlijkheid van elke persoon in zijn betrekkingen tot anderen te waarborgen, alsmede het gezinsleven te beschermen. Het artikel beoogt niet alleen de staten tot onthouding van inmenging te dwingen, maar kan onder omstandigheden ook inherente positieve verplichtingen meebrengen die noodzakelijk zijn voor een effectieve waarborg van het recht op privéleven en bescherming van het gezinsleven. Daarbij hebben kinderen en andere kwetsbare personen in het bijzonder recht op bescherming. Het EHRM heeft meerdere malen geoordeeld dat artikel 8 van het EVRM ook relevant is in zaken die betrekking hebben op de besteding van publieke middelen. Daarbij is wel van belang dat in een dergelijk geval aan de Staat een extra ruime ‘margin of appreciation’ toekomt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aa99cb8bd57886520107ba3537bf09f108f2491b11b376f4253a4bf57521f1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aa99cb8bd57886520107ba3537bf09f108f2491b11b376f4253a4bf57521f1f, en de alinea staat in dat document op bytes 15138 tot 16346.