Citaat | Centrale Raad van Beroep 2 september 2014
Onder 4.2.4. Centrale Raad van Beroep 2 september 2014
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 2 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2903.
Anders dan appellante meent bieden de gedingstukken een toereikende grondslag voor het oordeel dat van wederzijdse zorg sprake is geweest.[naam]heeft tegenover de sociale recherche onder meer verklaard “In de tijd dat ik bij haar woonde zorgde[appellante 1](lees: appellante) voor het huishouden. Het eten, de was en dergelijke. Poetsen van het huis. Verder deed ik voornamelijk de tuin van het huis en af en toe heb ik ook gestofzuigd”. Appellante heeft tegenover de sociale recherche verklaard “Ik had hem opgenomen in huis als een broer. Hij was geen kamerhuurder of kostganger.” (…) “Hij betaalde een vergoeding voor kost en inwoning.” (…) “Bij elkaar was dat gemiddeld 30 per maand voor eten, drinken, gas, water, licht en zo. Hij kon gewoon mee eten. Ik maakte het eten klaar”(…) “Zo deed ik ook de was voor hem” (…) “We reden weleens samen in mijn auto en betaalde hij benzinegeld”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a89da272c81f577e964b5e46c5d273ffd4cb7cad0d8d31baaac55fc4f6b36304. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a89da272c81f577e964b5e46c5d273ffd4cb7cad0d8d31baaac55fc4f6b36304, en de alinea staat in dat document op bytes 14578 tot 15513.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a89da272c81f577e964b5e46c5d273ffd4cb7cad0d8d31baaac55fc4f6b36304 | shasum -a 256