Citaat | Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014

Onder 3. Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3322.

In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat een beroep op het IVRK niet kan slagen omdat daarop slechts een algemeen beroep is gedaan. In bezwaar heeft hij reeds uiteengezet dat, gelet op het feit dat hij maanden geen inkomsten heeft genoten en de schulden zich opstapelden, sprake was van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, van het IVRK, alsmede artikel 27, derde lid, van het IVRK en artikel 16 van de WWB. Alle documenten die hij in zijn bezit had, heeft hij overgelegd. Door een medewerker van het college is hem daarnaast mondeling een niet aan een specifieke termijn gebonden toezegging gedaan om de nog ontbrekende gegevens later te overleggen. Ten slotte was het college op basis van de reeds verstrekte gegevens in staat het recht op bijstand vast te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfbbd38d6802d2c7ad1f6639157b6925110c41a7e766bba89db8cecdca9349b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfbbd38d6802d2c7ad1f6639157b6925110c41a7e766bba89db8cecdca9349b1, en de alinea staat in dat document op bytes 7320 tot 8250.