Citaat | Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014
Onder 4.8. Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3390.
Appellant moet redelijkerwijs in staat zijn geweest om over alle onder 1.3 bedoelde bankafschriften te beschikken en deze tijdig over te leggen. Mocht dit laatste anders zijn geweest dan had het op de weg van appellant gelegen het college binnen de door hem gegeven hersteltermijn hiervan op de hoogte te stellen en/of eventueel om verlenging van de hersteltermijn te verzoeken. Appellant heeft echter geen contact opgenomen met het college. Evenmin bestaat grond voor het oordeel dat het college appellant, gelet op de omvang van de onder 1.3 bedoelde bankafschriften, een nadere hersteltermijn had moeten gunnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b13f080f88cc479616b40c18ad96f263a096de8ca3a59526d9e4d13f55aa916e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b13f080f88cc479616b40c18ad96f263a096de8ca3a59526d9e4d13f55aa916e, en de alinea staat in dat document op bytes 11566 tot 12193.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b13f080f88cc479616b40c18ad96f263a096de8ca3a59526d9e4d13f55aa916e | shasum -a 256