Citaat | Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014

Onder 4.8. Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3404.

De beroepsgrond dat het college de brieven van 24 april 2013 en 21 mei 2013 ten onrechte alleen aan appellant heeft verzonden, en niet (ook) aan mr. Van Asperen, slaagt. Het college kan niet worden gevolgd in zijn betoog dat het voor het college niet kenbaar was dat mr. Van Asperen in het kader van deze aanvraag als gemachtigde van appellant optrad. Gelet op de hiervoor in 1.2 tot en met 1.5 weergegeven e-mailcorrespondentie tussen mr. Van Asperen en [k] vanaf 2 juli 2013 had het voor het college duidelijk kunnen, althans moeten zijn dat mr. Van Asperen de belangen van appellant behartigde en als zijn gemachtigde optrad in het kader van zijn aanvraag om bijstand. Zoals onder 1.5 is weergegeven heeft

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/833ecbcfb6df676cb8665ba86844d9d2f7b577012900e503fb9778f9ffae9c91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 833ecbcfb6df676cb8665ba86844d9d2f7b577012900e503fb9778f9ffae9c91, en de alinea staat in dat document op bytes 19517 tot 20239.