Citaat | Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014
Onder 4.10. Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 14 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3404.
Daarmee komt de vraag aan de orde welke gevolg hieraan moet worden gegeven. Vaststaat dat aan appellant naar aanleiding van een nieuwe aanvraag met ingang van 11 juni 2013 bijstand is toegekend. Desgevraagd heeft de gemachtigde van het college ter zitting verklaard dat er geen aanwijzingen zijn dat de relevante omstandigheden in de periode vanaf de melding op 23 april 2013 tot 11 juni 2013 wezenlijk anders waren dan in de periode vanaf 11 juni 2013. Gelet hierop ziet de Raad aanleiding zelf in de zaak te voorzien en te bepalen dat aan appellant met ingang van 23 april 2013 bijstand naar de voor hem geldende norm zal worden toegekend. Anders dan appellant heeft betoogd, ziet de Raad geen aanleiding om aan appellant reeds met ingang van 2 november 2012 bijstand toe te kennen. Appellant heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die rechtvaardigen dat hij zich na 2 november 2012 eerst op 23 april 2013 opnieuw heeft gemeld voor het indienen van een aanvraag om bijstand.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/833ecbcfb6df676cb8665ba86844d9d2f7b577012900e503fb9778f9ffae9c91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 833ecbcfb6df676cb8665ba86844d9d2f7b577012900e503fb9778f9ffae9c91, en de alinea staat in dat document op bytes 21536 tot 22534.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/833ecbcfb6df676cb8665ba86844d9d2f7b577012900e503fb9778f9ffae9c91 | shasum -a 256