Citaat | Centrale Raad van Beroep 24 november 2014
Onder 4.1. Centrale Raad van Beroep 24 november 2014
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 24 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3754.
Betrokkene heeft in hoger beroep gesteld dat hij de brief met het voornemen om een boete op te leggen heeft ervaren als een zekere dwang om gewenste informatie dan wel verklaringen te verstrekken. Het bewijsmateriaal is daarmee onder druk en niet onafhankelijk van de wil van betrokkene verkregen en moet daarom buiten beschouwing blijven, in het bijzonder zijn verklaring over de problemen met de website van het Uwv. Met deze verkregen informatie heeft het Uwv zichzelf een bewijsvoordeel verschaft, aldus betrokkene. Ten aanzien van de van toepassing zijnde regelgeving heeft betrokkene het oordeel van de rechtbank onderschreven dat de straftoemeting binnen het maximum moet blijven dat gold ten tijde van het plegen van het feit. In verband met problemen met de bereikbaarheid van de website van het Uwv, de op die website over betrokkene al beschikbare informatie en de informatie op een webpagina over het controleren van arbeidsverleden, loongegevens en dienstverbanden heeft betrokkene een boete lager dan 50% van het benadelingsbedrag bepleit, omdat volgens hem sprake is van sterk verminderde verwijtbaarheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcf1917882b0ed0e37f250c35682447c28dcefb09d0c913d93a7396aa203efcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcf1917882b0ed0e37f250c35682447c28dcefb09d0c913d93a7396aa203efcb, en de alinea staat in dat document op bytes 26671 tot 27805.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcf1917882b0ed0e37f250c35682447c28dcefb09d0c913d93a7396aa203efcb | shasum -a 256