Citaat | Centrale Raad van Beroep 4 december 2014

Onder 4.3. Centrale Raad van Beroep 4 december 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 4 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4262.

De Raad onderschrijft het oordeel en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen van de rechtbank. Uit een beoordeling van de gedingstukken blijkt dat werknemer lijdt aan een progressieve niet-behandelbare neurologische aandoening. Na zijn uitval op 5 oktober 2009 is werknemer bij betrokkene gedurende 40 uur per week aangepaste werkzaamheden blijven verrichten, waarbij hulpmiddelen zijn aangebracht en onder andere spraaksoftware is geïnstalleerd. Uit het spreekuurcontact met de bedrijfsarts op 18 januari 2011 blijkt dat de medische problematiek is gewijzigd en dat de beperkingen van werknemer zijn toegenomen, terwijl de spraaksoftware niet voldoende resultaat heeft gehad. Vervolgens heeft betrokkene bij appellant een deskundigenoordeel gevraagd. De arbeidsdeskundige heeft in zijn rapport van 15 maart 2011 geconcludeerd dat de re-integratie-inspanningen van betrokkene niet voldoende zijn, indien werknemer niet duurzaam gere-integreerd kan worden bij betrokkene. Naar aanleiding daarvan heeft betrokkene advies gevraagd aan de externe arbeidsdeskundige van het re-integratiebureau Wibbens. Op basis van onderzoek is geconcludeerd dat werknemer niet in staat is zijn eigen werk duurzaam te verrichten, er in het bedrijf van betrokkene geen andere passende functies zijn en de vervolgstappen daarom gericht moeten zijn op het vinden van passende functies buiten het bedrijf van betrokkene. Dat onderzoek heeft op zorgvuldige wijze plaatsgevonden en de conclusies zijn inzichtelijk gemotiveerd. Het standpunt van appellant dat betrokkene desondanks had moeten blijven inzetten op re-integratie van werknemer in het eerste spoor wordt dan ook niet gevolgd. Bovendien past dit standpunt niet binnen het door betrokkene gevoerde beleid in het kader van de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter, op basis waarvan na de eerstejaars evaluatie - het zogenoemde “opschudmoment”- van de werkgever mag worden verwacht dat naast de wellicht nog lopende re-integratie in het eigen bedrijf tevens voorbereidingen worden gestart met het oog op werk bij een andere werkgever (het tweede spoor). Gelet op de voorhanden arbeidskundige rapporten bestond onvoldoende concreet perspectief op duurzame hervatting in het eigen bedrijf bij betrokkene, zodat de re-integratie-inspanningen terecht mede zijn gericht op het tweede spoor. Appellant heeft daarom op onjuiste gronden geconcludeerd dat het eerste spoor ten onrechte vroegtijdig is verlaten, waardoor onvoldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht. Het besluit tot het opleggen van een loonsanctie aan betrokkene is terecht door de rechtbank vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96214d21d85128e40af77e69def5c07453d6a403b71ca9b1cbd7e6b38078de0c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96214d21d85128e40af77e69def5c07453d6a403b71ca9b1cbd7e6b38078de0c, en de alinea staat in dat document op bytes 12652 tot 15323.