Citaat | Centrale Raad van Beroep 19 februari 2014
Onder 3.1. Centrale Raad van Beroep 19 februari 2014
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 19 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:633.
Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat inbreuk is gemaakt op het huisrecht van betrokkene. De kamer die de hoofdbewoner heeft laten zien aan de controleurs is de kamer van de zoon van de hoofdbewoner. Nu betrokkene volgens eigen zeggen is verhuisd naar de kamer van de zoon van de hoofdbewoner is er geen sprake van exclusief woongebruik door betrokkene van deze kamer. Bovendien is deze kamer niet afsluitbaar. Derhalve is de door de hoofdbewoner verleende toestemming tot binnentreden afdoende. Op de gecontroleerde kamer zijn geen spullen van betrokkene aangetroffen. De klaarblijkelijk als verklaring hiervoor ter zitting ingenomen stelling dat zij ten tijde van het huisbezoek aan het verhuizen was van een andere kamer naar de gecontroleerde kamer is ongeloofwaardig nu over deze verhuizing in de bezwaarfase niets is vermeld. Het is verder ongeloofwaardig dat ze woont op de kamer van de zoon nu ze heeft verklaard dat ze nauwelijks contact met de zoon heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc1a95dc7e0426ab2e94bf7cd881778035f94d2bc5b6b464a63ae1a344daa618. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc1a95dc7e0426ab2e94bf7cd881778035f94d2bc5b6b464a63ae1a344daa618, en de alinea staat in dat document op bytes 8872 tot 9906.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc1a95dc7e0426ab2e94bf7cd881778035f94d2bc5b6b464a63ae1a344daa618 | shasum -a 256