Citaat | Centrale Raad van Beroep 19 februari 2014

Onder 4. Centrale Raad van Beroep 19 februari 2014

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 19 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:633.

4.2.2. Uit de gedingstukken wordt afgeleid, en dit is verder tussen partijen ook niet in geschil, dat de hoofdbewoner [S.] toestemming heeft verleend tot het betreden van de woning nadat de controleurs zich hadden gelegitimeerd, het doel van het huisbezoek aan hem hadden uitgelegd en hem hadden gewezen op zijn recht om toegang tot de woning te weigeren. De aldus verleende toestemming door de hoofdbewoner was voldoende voor het ten aanzien van betrokkene rechtmatig binnentreden in de woning, ook voor wat betreft de door de hoofdbewoner als kamer van betrokkene getoonde kamer. Die kamer was immers niet bestemd tot het exclusief woongebruik van betrokkene, omdat het (tevens) de kamer van de zoon van de hoofdbewoner was. Het oordeel van de rechtbank dat geen redelijke grond bestond voor het huisbezoek doet, wat daar overigens ook van zij, geen afbreuk aan de rechtmatigheid van het huisbezoek.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc1a95dc7e0426ab2e94bf7cd881778035f94d2bc5b6b464a63ae1a344daa618. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc1a95dc7e0426ab2e94bf7cd881778035f94d2bc5b6b464a63ae1a344daa618, en de alinea staat in dat document op bytes 13321 tot 14235.