Citaat | Centrale Raad van Beroep 14 april 2015
Onder 4.3.3. Centrale Raad van Beroep 14 april 2015
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 14 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1229.
Dit betoog, dat er op neer komt dat alle bijstandsgerechtigden slechts allen op dezelfde wijze mogen worden onderworpen aan controle, of helemaal niet, kan niet als juist worden aanvaard. Voorop moet worden gesteld dat de onder 4.3.1 bedoelde bevoegdheid (algemene onderzoeksbevoegdheid) steeds en spontaan kan worden uitgeoefend ten aanzien van alle bijstandsgerechtigden en dat daartoe dus geen daaraan voorafgaand en redengevend feit, signaal, grond of vermoeden vereist is. Het is voorts vaste jurisprudentie van de Raad dat bij de inzet van de algemene onderzoeksbevoegdheid het toepassen van risicoprofielen geoorloofd is. Met de uitvoering van de bijstandswetgeving zijn immers aanzienlijke publieke middelen gemoeid. Om te bereiken dat die middelen op de juiste wijze worden besteed, en dat misbruik wordt voorkomen, en aldus te bewerkstelligen dat het maatschappelijk draagvlak voor de uitvoering in stand blijft, is controle, en nadien indien nodig handhaving, van zeer groot belang. De kosten van controle kunnen, uitgedrukt in menskracht en geld, zeer hoog zijn, niet alleen voor het bestuursorgaan, bijvoorbeeld in gevallen als deze met onderzoeken in het buitenland, maar ook voor degenen, die met de controle worden geconfronteerd. Het bijstandverlenend orgaan kan daarom in de uitoefening van de algemene onderzoeksbevoegdheid in beginsel niet de ruimte worden ontzegd om redenen van efficiëntie en effectiviteit gerichte vormen van onderzoek te beperken tot bepaalde groepen bijstandsgerechtigden waar, gelet op de kenmerken van die groep en vorm van onderzoek, een grotere kans bestaat dat het onderzoek bijdraagt aan de juiste uitvoering van de bijstandswetgeving. Daarbij valt in het bijzonder te denken aan groepskenmerken die bestaan uit feitelijk gedrag, zoals bijvoorbeeld het ingeschreven staan in een bepaald register of het aangaan van arbeidscontracten met een beperkt aantal uren. Vergelijk de uitspraken van de Raad van 31 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV2333, en 27 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:153. Dit staat los van het antwoord op de vraag of één of meer van dergelijke groepskenmerken samen, een risicoprofiel, een voldoende grond vormt voor de inzet van een bepaald, in het bijzonder een meer ingrijpend, onderzoeksmiddel, zoals bijvoorbeeld het huisbezoek. Vergelijk de uitspraak van de Raad van 9 augustus 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR4916. In zoverre faalt het betoog van appellanten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7db86ffa946ce7466121c784c6891a187673544bc9e8da067f132876fbb2a655. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7db86ffa946ce7466121c784c6891a187673544bc9e8da067f132876fbb2a655, en de alinea staat in dat document op bytes 12685 tot 15126.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7db86ffa946ce7466121c784c6891a187673544bc9e8da067f132876fbb2a655 | shasum -a 256