Citaat | Centrale Raad van Beroep 9 juni 2015
Onder 4.5.2. Centrale Raad van Beroep 9 juni 2015
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 9 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1789.
De rechtbank heeft op grond van wat appellant zelf heeft verklaard terecht het standpunt van het dagelijks bestuur onderschreven dat tussen appellant en H sprake was van het verlenen van wederzijdse zorg. Zo heeft appellant tijdens het huisbezoek op 20 maart 2012 onder meer verklaard dat H hem geld geeft voor het doen van boodschappen, dat H de was doet omdat appellant niet weet hoe de wasmachine werkt en dat appellant gebruik mag maken van de spullen van H in de keuken, zoals de pannen en het drinken in de koelkast. Voorts heeft appellant tijdens een gesprek op 10 april 2012 onder meer verklaard dat hij dan wel H een maaltijd kookt die gezamenlijk wordt gegeten, dat appellant met een plumeau stoft, dat hij de helft van de kamer stofzuigt, dat appellant doet wat hij kan om te helpen in het huishouden en dat de overige huishoudelijke taken door H worden gedaan. De genoemde feiten en omstandigheden wijzen uit dat appellant en H ten tijde van belang er in voldoende mate blijk van gaven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff3aab691976cd3981585a42f4aa0ba1ac80ce5ec2e19403f5d0f5998ec96e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ff3aab691976cd3981585a42f4aa0ba1ac80ce5ec2e19403f5d0f5998ec96e, en de alinea staat in dat document op bytes 10443 tot 11578.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff3aab691976cd3981585a42f4aa0ba1ac80ce5ec2e19403f5d0f5998ec96e | shasum -a 256