Citaat | Centrale Raad van Beroep 9 juni 2015
Onder 4.11. Centrale Raad van Beroep 9 juni 2015
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 9 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1789.
“De hoogte van de noodzakelijke bestaanskosten wordt mede bepaald door de mate waarin de belanghebbende de kosten met een ander kan delen. De woonsituatie is hierbij van doorslaggevende betekenis. Dit laat onverlet dat ook alle andere uitgaven in aanmerking dienen te worden genomen waarbij partners schaalvoordeel hebben door het gezamenlijk opbrengen van alle kosten van huisvesting en huishouding. Bij de relatief hogere kosten waarmee alleenstaanden in beginsel worden geconfronteerd kan met name worden gedacht aan duurzame gebruiksgoederen, zoals woninginrichting en huishoudelijke apparatuur, maar ook aan vaste lasten, zoals abonnementen en diverse andere kosten. Bij de beoordeling of de belanghebbende inderdaad hogere bestaanskosten heeft is in voorkomende gevallen niet bepalend of deze ook feitelijk deze kosten met een ander deelt. Beoordeeld dient te worden of het redelijk is ervan uit te gaan dat deze kosten kunnen worden gedeeld. Daartoe wordt in dit artikel gesproken van het ‘kunnen delen’ van de kosten” (Kamerstukken II 2002/03, 28 870, nr. 3, p. 52).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff3aab691976cd3981585a42f4aa0ba1ac80ce5ec2e19403f5d0f5998ec96e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0ff3aab691976cd3981585a42f4aa0ba1ac80ce5ec2e19403f5d0f5998ec96e, en de alinea staat in dat document op bytes 14882 tot 15978.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0ff3aab691976cd3981585a42f4aa0ba1ac80ce5ec2e19403f5d0f5998ec96e | shasum -a 256