Citaat | Centrale Raad van Beroep 22 juli 2015

Onder 5.2.3. Centrale Raad van Beroep 22 juli 2015

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 22 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2427.

Anders dan appellant kennelijk meent, is de loonsanctie niet op te vatten als een geldelijke straf voor een werkgever. Hiertoe wordt verwezen naar artikel 25, negende, tiende en veertiende lid, van de Wet WIA waarin dat tot uitdrukking wordt gebracht. Zoals reeds in 5.1.1 is overwogen volgt uit de hier genoemde leden van artikel 25 van de Wet WIA dat de loonsanctie vóór de afloop van de wachttijd moet worden opgelegd opdat de werkgever zijn tekortkoming ten aanzien van bepaalde verplichtingen of re-integratie-inspanningen kan herstellen. Bovendien blijkt uit die bepalingen dat de loonsanctie eindigt wanneer de werkgever die tekortkoming daadwerkelijk heeft hersteld. Hieruit volgt dat de loonsanctie een reparatoir karakter heeft en geen bestraffend karakter (zie onder meer de uitspraak van de Raad van 18 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK3717).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd5dc41c79f8301e3e52c5af47f3dec9a9e2a6ba369457d74c95f311870ffb31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd5dc41c79f8301e3e52c5af47f3dec9a9e2a6ba369457d74c95f311870ffb31, en de alinea staat in dat document op bytes 18570 tot 19441.