Citaat | Centrale Raad van Beroep 13 februari 2015

Onder 3.1. Centrale Raad van Beroep 13 februari 2015

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 13 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:282.

In artikel 8:41, eerste lid, van de Awb is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:41, vierde tot en met zesde lid, van de Awb wijst de griffier de indiener van het beroepschrift op de verschuldigdheid van het griffierecht en deelt hij hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na verzending van zijn mededeling dient te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Indien het bedrag niet binnen deze termijn is bijgeschreven of gestort, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71e60e3945f8dd1500a4dca5f99702b55021b0e57c6b5df2dae4366a3bf8a0af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71e60e3945f8dd1500a4dca5f99702b55021b0e57c6b5df2dae4366a3bf8a0af, en de alinea staat in dat document op bytes 9019 tot 9849.