Citaat | Centrale Raad van Beroep 13 februari 2015

Onder 3.7. Centrale Raad van Beroep 13 februari 2015

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 13 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:282.

Een rechtzoekende die meent aan het in 3.5 weergegeven criterium te voldoen, dient dit in zaken zoals deze, waarin verzet mogelijk is, zo spoedig mogelijk maar in elk geval voor het einde van de door de griffier gestelde betalingstermijn kenbaar te maken aan het gerecht. In dat verzoek dient hij terstond zijn volledige naam (voornamen en achternaam) en de adresgegevens en het burgerservicenummer van zowel zichzelf als een eventuele fiscale partner te vermelden. De griffier kan vervolgens de Raad voor rechtsbijstand verzoeken een verklaring als bedoeld in artikel 7b van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) af te geven. Die verklaring heeft betrekking op het kalenderjaar twee jaar voorafgaand aan het jaar waarin om afgifte van de verklaring wordt verzocht. Daarna verzoekt de griffier de rechtzoekende schriftelijk te verklaren dat de inkomensgegevens in de door de Raad voor rechtsbijstand verstrekte verklaring nog actueel zijn en dat noch hij noch zijn eventuele fiscale partner beschikt over vermogen. Indien de schriftelijke verklaring van de rechtzoekende inhoudt dat die inkomensgegevens niet meer actueel zijn, dan dient hij zijn verklaring met bewijsstukken te onderbouwen als hij zijn beroep op betalingsonmacht handhaaft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71e60e3945f8dd1500a4dca5f99702b55021b0e57c6b5df2dae4366a3bf8a0af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71e60e3945f8dd1500a4dca5f99702b55021b0e57c6b5df2dae4366a3bf8a0af, en de alinea staat in dat document op bytes 14985 tot 16236.