Citaat | Centrale Raad van Beroep 15 september 2015

Onder 1.5. Centrale Raad van Beroep 15 september 2015

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 15 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3188.

3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Hij voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat betrokkene een niet onaannemelijke verklaring heeft gegeven over de stortingen. Betrokkene heeft hierover wisselend verklaard. Aan de verklaring van de ouders van betrokkene kan niet die waarde worden toegekend die betrokkene daaraan gehecht wenst te zien, aangezien de verklaring achteraf is opgemaakt en niet objectief, concreet en verifieerbaar is, mede omdat het zou gaan om contant geleend geld. Dat het, zoals de rechtbank overweegt, om kleine geldstortingen gaat is volgens appellant niet relevant. Niet uitgesloten is dat betrokkene over meer (contant) geld beschikt dan gestort op zijn bankrekening. Appellant kan het recht op bijstand niet vaststellen, omdat betrokkene zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden. Subsidiair stelt appellant zich op het standpunt dat betrokkene, gelet op de leningen van zijn ouders en de aard en omvang daarvan, geen recht op bijstand heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33bfc0f977261f6daf8e9079c240d295aa99b4eb5592407880e73376461c24ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33bfc0f977261f6daf8e9079c240d295aa99b4eb5592407880e73376461c24ba, en de alinea staat in dat document op bytes 12608 tot 13645.