Citaat | Centrale Raad van Beroep 19 november 2015

Onder 3.3. Centrale Raad van Beroep 19 november 2015

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 19 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4100.

Op zichzelf beschouwd stelt de korpschef met juistheid dat wie zich beroept op een in de van toepassing zijnde regelgeving neergelegde hardheidsclausule zoals hier aan de orde, de bewijslast draagt ten aanzien van de feiten die dat beroep moeten onderbouwen. Het betreft immers een uitzonderingsregeling, waaraan de korpschef dan ook niet uit eigen beweging behoeft te toetsen. Hiervan moet worden onderscheiden de motivering van een eventuele weigering om een uitdrukkelijk gedaan en met feiten onderbouwd beroep op de hardheidsclausule te honoreren. Dat laatste, het toelichten waarom in het bewuste geval, in aanmerking genomen de feiten zoals de betrokkene die heeft aangedragen, geen sprake is van, in de formulering van artikel 5, vierde lid, van de Regeling, onbillijkheden van overwegende aard of een bijzondere situatie, is vanzelfsprekend aan de korpschef. De door de korpschef betwiste overweging van de rechtbank ziet op het laatste, niet op het eerste. Van een omkering van de bewijslast kan dus niet worden gesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb167b64dd92f62989e0aed5bc40d06aa2a309dff6b1f43efad671890e621809. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb167b64dd92f62989e0aed5bc40d06aa2a309dff6b1f43efad671890e621809, en de alinea staat in dat document op bytes 12370 tot 13415.