Citaat | Centrale Raad van Beroep 4 maart 2015

Onder 2.1. Centrale Raad van Beroep 4 maart 2015

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 4 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:622.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de vraag die voorligt is of appellant zich tijdens het spreekuur bij de verzekeringsartsen in 2001 en 2005 anders heeft gepresenteerd dan zijn medische toestand op dat moment feitelijk was. Die vraag heeft de rechtbank bevestigend beantwoord. Daartoe heeft zij vastgesteld dat appellant tijdens de spreekuren in 2001 en 2005 niet heeft gesproken en zich afwezig, apathisch, heeft gedragen, waarbij hij volledig werd geleid door anderen. Dit in tegenstelling tot zijn gedrag op het spreekuur bij verzekeringsarts Borsboom en bij het consult van psychiater Trompenaars, waar appellant wel praatte, zij het onsamenhangend, en oogcontact had. Bovendien heeft de echtgenote van appellant verklaard dat hij naast medicatie door middel van gesprekken werd behandeld door psychiater Gülsaçan, waar hij eveneens moet hebben gesproken. Dit maakt volgens de rechtbank reeds dat ernstig getwijfeld kan worden aan de authenticiteit van het optreden van appellant in 2001 en 2005. Dit wordt volgens de rechtbank versterkt door het feit dat namens appellant in 2001 en 2005 is benadrukt dat opname ophanden was, gelet op de ernst van de klachten, maar dat die vervolgens nimmer heeft plaatsgevonden. Voorts heeft de rechtbank van belang geacht dat Trompenaars onbetwist heeft gesteld dat het door hem tijdens zijn consult waargenomen gedrag niet past bij enig bekend psychiatrisch ziektebeeld, dat appellant dit gedrag op weg naar het treinstation niet heeft voortgezet en dat de echtgenote niet heeft geantwoord op de vraag of hij dit gedrag ook heeft vertoond op de heenreis. Volgens de rechtbank maakt dit eveneens dat getwijfeld kan worden aan de authenticiteit van het optreden van appellant in 2011. Verder heeft de rechtbank meegewogen dat appellant stelt jarenlang Zyprexa te hebben gebruikt, terwijl geen sprake is van gewichtstoename en onweersproken is gesteld dat dit medicijn dat veelal tot gevolg heeft. Ten slotte heeft de rechtbank laten meewegen het optreden van appellant bij zijn voordeur tijdens het huisbezoek op 11 april 2011 dat niet strookt met zijn presentatie in 2001 en 2005 dat hij zelfstandig tot niets komt en in alles begeleid wordt. Dit alles in onderlinge samenhang gezien heeft de rechtbank geleid tot het oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat appellant zich in 2001 en 2005 anders heeft voorgedaan dan zijn medische situatie daadwerkelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/59dcdb95c1ed3d9606fbb673899e553be96d1ab4543eea9ec201f6fe5de93bf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 59dcdb95c1ed3d9606fbb673899e553be96d1ab4543eea9ec201f6fe5de93bf0, en de alinea staat in dat document op bytes 12478 tot 14904.