Citaat | Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Onder 6.6. Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:10.

Bij de beoordeling of de boete, die op basis van de in 6.4 en 6.5 neergelegde uitgangspunten is vastgesteld, voldoet aan de eisen van een evenredige sanctie is de mate waarin een boete de betrokkene treft van belang. Daarbij kunnen ook de financiële omstandigheden van belang zijn. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel vierde tranche Awb heeft de regering vermeld dat, in lijn met artikel 24 van het WvSr, ook de draagkracht van de overtreder een rol kan spelen: “In de meeste gevallen zal het bestuursorgaan ervan mogen uitgaan dat de draagkracht geen beletsel vormt voor het opleggen van een boete. Maar zeker bij hogere boeten zal het bestuursorgaan zich ervan moeten vergewissen dat de boete, mede gelet op de draagkracht van de overtreder, geen onevenredige gevolgen heeft. Wat een hoge boete is, zal daarbij van de context afhangen. Het ligt voor de hand dat de draagkracht bijvoorbeeld bij boeten op het gebied van de sociale zekerheid eerder en vaker een rol zal spelen dan op veel andere terreinen.” (Kamerstukken II, 2003/04, 29 702, nr. 3, blz. 141-142) Gelet hierop treft een met het oog op zijn draagkracht passende bestuurlijke boete de betrokkene dus niet onevenredig in zijn inkomen en vermogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3345602294cd175b23f545eb9eb35550ecfc66e6386307fc2e8d17fcd70216cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3345602294cd175b23f545eb9eb35550ecfc66e6386307fc2e8d17fcd70216cb, en de alinea staat in dat document op bytes 27390 tot 28632.