Citaat | Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Onder 6.7. Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:10.

Volgens vaste rechtspraak (uitspraken van 24 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3754 en 23 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1801) moet een bestuursorgaan, indien het een bestuurlijke boete oplegt en daarbij rekening houdt met de draagkracht van de overtreder, acht slaan op diens financiële positie ten tijde van het besluit tot het opleggen van de boete. Wordt de beslissing van een bestuursorgaan over de hoogte van een boete aan het oordeel van de rechter onderworpen, dan dient deze zijn oordeel daarover te vormen met inachtneming van de op dat moment aannemelijk geworden omstandigheden, waaronder de financiële omstandigheden, waarbij het dan in de eerste plaats op de weg van de betrokkene ligt daarover inzicht te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3345602294cd175b23f545eb9eb35550ecfc66e6386307fc2e8d17fcd70216cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3345602294cd175b23f545eb9eb35550ecfc66e6386307fc2e8d17fcd70216cb, en de alinea staat in dat document op bytes 28712 tot 29451.