Citaat | Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Onder 7.5. Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:10.

Nu op grond van wat in 7.3 is overwogen de verwijtbaarheid van betrokkene vaststaat, dient daarop vervolgens de boete ten aanzien van periode 2 afgestemd te worden. Voor wat betreft de mate van verwijtbaarheid is het aan het college aan te tonen dat, zoals het stelt, sprake is van grove schuld. Gelet op 6.5 moet bij grove schuld sprake zijn van een ernstige, aan opzet grenzende mate van nalatigheid, waardoor ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan bijstand is ontvangen. Hiertoe voert het college aan dat betrokkene verzuimd heeft tijdig melding te maken van de in 1.2 genoemde omstandigheden, dat zij in redelijkheid moest weten dat deze omstandigheden van invloed zijn op het recht op bijstand, dat niet is gebleken dat betrokkene niet in staat is geweest te voldoen aan haar inlichtingenverplichting en ten slotte dat betrokkene de schending van de inlichtingenverplichting ook nadien niet uit eigen beweging is nagekomen. Hiermee heeft het college niet aangetoond dat sprake is van grove schuld. De aangevoerde omstandigheden onderscheiden zich immers niet in doorslaggevende mate van de onder 6.5 beschreven situatie van “normale” verwijtbaarheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3345602294cd175b23f545eb9eb35550ecfc66e6386307fc2e8d17fcd70216cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3345602294cd175b23f545eb9eb35550ecfc66e6386307fc2e8d17fcd70216cb, en de alinea staat in dat document op bytes 38662 tot 39839.