Citaat | Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Onder 9.2. Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:10.

Gelet op 6.6 tot en met 6.11 bestaat in de door betrokkene aangevoerde financiële omstandigheden aanleiding de boete van € 2.900,- te matigen. Nu sprake is van “normale” verwijtbaarheid moet bij de hoogte van de boete in acht worden genomen dat betrokkene deze in twaalf maanden uit de voor beslag vatbare ruimte bij een inkomen op bijstandsniveau moet kunnen voldoen. Dat zou in de situatie van betrokkene als alleenstaande ouder betekenen dat de boete een bedrag van € 1.320,-, te weten twaalf maal 10% van de voor betrokkene geldende norm ten tijde van de uitspraak (€ 1.092,78) en afgerond, niet te boven mag gaan. Omdat betrokkene, zoals ook genoemd in 2.6, met ingang van 1 augustus 2013, via inhouding op haar bijstand is gaan aflossen op het boetebedrag en zij blijkbaar voldoende draagkracht heeft gehad om op deze wijze een bedrag van € 1.400,- te voldoen en zij van derden een aanvulling heeft gekregen totdat het boetebedrag van € 1.990.- was voldaan, vormen de financiële omstandigheden van betrokkene geen aanleiding voor een verdergaande matiging dan dit betaalde bedrag van € 1.990,-. Dit brengt de Raad tot de slotsom dat de door de rechtbank vastgestelde boete evenredig, passend en geboden is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3345602294cd175b23f545eb9eb35550ecfc66e6386307fc2e8d17fcd70216cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3345602294cd175b23f545eb9eb35550ecfc66e6386307fc2e8d17fcd70216cb, en de alinea staat in dat document op bytes 42170 tot 43414.