Citaat | Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Onder 4.4. Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 11 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:12.

Het betoog van appellanten dat zij het opgenomen bedrag van € 22.000,- in de te beoordelen periode niet meer onder zich hadden, wordt niet gevolgd. Appellanten hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij een groot geldbedrag hebben overhandigd aan schuldeisers. De door appellanten overgelegde kwitanties waaruit zou volgen dat [naam 2] (G) en [naam 3] € 9.000,- respectievelijk € 1.300,- van appellant hebben ontvangen, waarmee overigens niet het gehele bedrag is gedekt, zijn in dat kader onvoldoende. De betaling van een bedrag van € 1.500,- aan G dateert van 28 november 2012 en is niet relevant voor de hier te beoordelen periode. Ook de stelling van appellant dat hij nog geld heeft opgenomen om te proberen door middel van gokken zijn verliezen goed te maken, is op geen enkele wijze met stukken onderbouwd. Het college heeft terecht vastgesteld dat er geen objectieve en verifieerbare bewijsstukken zijn die de verklaringen van appellanten ondersteunen. Dat betekent dat ervan uit moet worden gegaan dat appellanten ook na 27 december 2012 nog over de door hen opgenomen bedragen konden beschikken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/088bacffb4f286931994580b77fbfbc8a30649f62cd7fa8c0e17378e2fbd8c7f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 088bacffb4f286931994580b77fbfbc8a30649f62cd7fa8c0e17378e2fbd8c7f, en de alinea staat in dat document op bytes 12503 tot 13626.