Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 april 2016

Onder 4.4. Centrale Raad van Beroep 6 april 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1272.

Appellante heeft de Raad verzocht in haar zaak prejudiciële vragen te stellen aan het Hof. Zoals uit bovenstaande overwegingen blijkt, roept de zaak van appellante echter geen nieuwe rechtsvragen op die nog niet door het Hof zijn besproken en beantwoord. Voor het overige is de juiste toepassing van het Unierecht zo evident, dat redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan over de beantwoording van de in geschil zijnde rechtsvragen. De Raad ziet dan ook geen aanleiding in deze zaak prejudiciële vragen voor te leggen aan het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3178dc55a4fafc8948f66880def4bb0be748602a5c4b7008ec01cf19a600bf9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3178dc55a4fafc8948f66880def4bb0be748602a5c4b7008ec01cf19a600bf9, en de alinea staat in dat document op bytes 12867 tot 13411.