Citaat | Centrale Raad van Beroep 19 april 2016

Onder 4.6. Centrale Raad van Beroep 19 april 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 19 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1459.

De rechtbank heeft op grond van de onderzoeksbevindingen terecht het standpunt van het college onderschreven dat bij appellante en haar zus tevens sprake was van wederzijdse zorg. Zo nam appellante de kosten van huur, energie en water voor haar rekening, zonder dat haar zus daarvoor een vergoeding betaalde. Verder heeft appellante op de “Vragenlijst gezamenlijke huishouding” de vragen “Wast, kookt en/of strijkt u voor uw medebewoner”; “Gebruikt u gezamenlijk de maaltijden”; “Verzorgt de één de ander bij ziekte” met “ja” beantwoord. Uit het verslag van het huisbezoek blijkt voorts dat appellante heeft verklaard dat de boodschappen gezamenlijk werden gekocht, dat gezamenlijk werd gekookt en dat zij en haar zus samen aten. Ook werden persoonlijke verzorgingsspullen, zoals badschuim en shampoo gezamenlijk gebruikt, werd de kleding, die in een wasmand in de badkamer lag, gezamenlijk gewassen en deden zij samen het huishouden. Dat de in dit verslag opgenomen verklaring van appellante niet woordelijk overeenkomt met de inhoud van de door appellante op 17 juli 2013 ondertekende verklaring maakt niet dat niet van de inhoud van dit verslag kan worden uitgegaan, nu appellante deze inhoud niet specifiek heeft betwist. Ter zitting van de Raad heeft appellante toegelicht dat de boodschappen niet altijd gezamenlijk werden gedaan; de ene keer haalde appellante de boodschappen en de andere keer haar zus en dat het koken voor elkaar ook niet dagelijks plaatsvond, omdat haar zus meestal tot ’s avonds laat werkte. Dat betekent echter niet dat, gelet op het voorgaande, geen sprake was van wederzijdse zorg. Voor het aannemen van wederzijdse zorg is het voorts niet noodzakelijk dat de door ieder van beiden geboden zorg jegens elkaar dezelfde omvang en intensiteit heeft. De in bezwaar overgelegde (onder)huurovereenkomst leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat de zus van appellante geen huur betaalde en het dus geen zakelijke huurovereenkomst betrof. Ook de verklaring van de zus van appellante dat het wassen van de kleding niet gezamenlijk gebeurt, ieder de eigen boodschappen doet en een andere plank van de koelkast gebruikt en niet gezamenlijk wordt gegeten, leidt niet tot een andere conclusie. Deze verklaring is niet in overeenstemming met de verklaringen van appellante en is blijkens het verslag van de hoorzitting bovendien eerst in oktober 2013 opgemaakt en daaruit kan niet worden afgeleid dat deze betrekking heeft op de hier te beoordelen periode.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7afce49123f915dfbef1513e5d4ad4914b248d42caceb9b6b6e974859f41422f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7afce49123f915dfbef1513e5d4ad4914b248d42caceb9b6b6e974859f41422f, en de alinea staat in dat document op bytes 10374 tot 12889.