Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016
Onder 6.3. Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1877.
Ingevolge artikel 9.9, eerste lid, van de Wsf 2000 is de hoogte van de boete die door de minister kan worden opgelegd rechtstreeks gekoppeld aan het ten gevolge van de herziening teruggevorderde bedrag. Het in artikel 9.9, tweede lid, van de Wsf 2000 gehanteerde vermoeden werkt in zoverre feitelijk door in de boete. Het bewijs van de minister dat ten grondslag wordt gelegd aan de boete blijkt in de praktijk voornamelijk te bestaan uit de resultaten van een huisbezoek op het brp-adres van de studerende. Soms wordt dit onderzoek uitgebreid met een huisbezoek op het adres van de ouders en/of een buurtonderzoek. Het onderzoek richt zich primair op de actuele woonsituatie. De uitkomst van dit onderzoek wordt geëxtrapoleerd naar het verleden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9, en de alinea staat in dat document op bytes 21534 tot 22294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9 | shasum -a 256