Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016

Onder 6.8. Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1877.

De in 6.7 neergelegde beperking van de werking van het vermoeden in de tijd is niet aan de orde indien met aanvullend bewijs door de minister is aangetoond dat de studerende ook voorafgaand aan de hiervoor bedoelde periode van 12 maanden niet op het brp-adres woonde, of indien de studerende heeft erkend dat hij ook voorafgaand aan die periode van 12 maanden niet aan de in artikel 1.5 van de Wsf 2000 neergelegde voorwaarden voldeed. In een dergelijk geval kan een boete worden opgelegd die is berekend over een langere periode.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9, en de alinea staat in dat document op bytes 25771 tot 26315.