Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016

Onder 8.1. Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1877.

Het gaat bij het opleggen van een boete wegens overtreding van artikel 1.5, eerste lid, van de Wsf 2000 om de aanwending van een discretionaire bevoegdheid van de minister. Bij de aanwending van deze bevoegdheid moet, ingevolge artikel 5:46, tweede lid, van de Awb, de hoogte van de boete worden afgestemd op de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten en op de ernst van de overtreding. Daarbij moet rekening worden gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. In situaties waarin sprake is van het ontbreken van verwijtbaarheid zal, gelet op artikel 5:41 van de Awb, van boeteoplegging moeten worden afgezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9, en de alinea staat in dat document op bytes 28392 tot 29055.