Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016

Onder 8.2. Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1877.

De minister heeft bij de aanwending van de bevoegdheid om een boete op te leggen als uitgangspunt dat de boete wordt vastgesteld op 50 procent van het bedrag dat als gevolg van de herziening wordt teruggevorderd. Pas als sprake is van verminderde verwijtbaarheid wordt de boete op een lager bedrag vastgesteld. Ook bij de toepassing van dit uitgangspunt dient de minister in elk voorkomend geval te beoordelen of die toepassing strookt met de in het onderdeel “Boete algemeen” bedoelde eisen die aan de aanwending van de bevoegdheid tot het opleggen van een boete worden gesteld. Indien dat niet het geval is, dient de boete, in aanvulling op of in afwijking van het uitgangspunt, zodanig te worden vastgesteld dat het bedrag daarvan passend en geboden is. De rechter toetst zonder terughoudendheid of het besluit over de boete voldoet aan deze eisen en dus leidt tot een evenredige sanctie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9, en de alinea staat in dat document op bytes 29135 tot 30043.