Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016
Onder 9.3. Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1877.
Nu de minister geen onderzoek heeft verricht naar de juistheid van het vermoeden heeft de minister geen bewijs geleverd op grond waarvan vóór de periode waarop dit vermoeden ziet een boete kan worden opgelegd. Dit betekent dat de boete mag worden berekend met als grondslag het bedrag dat van betrokkene is teruggevorderd vanaf 1 februari 2013.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9, en de alinea staat in dat document op bytes 35095 tot 35454.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0a472c030e5289dc399925e3deca00d5918e5c27d4fb387040379f110e55bdb9 | shasum -a 256