Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016
Onder 6.1. Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1878.
Bij het opleggen van een boete geldt als uitgangspunt dat aan de studerende geen boete kan worden opgelegd ter zake van een beboetbaar feit – het niet voldoen aan artikel 1.5, eerste lid, van de Wsf 2000 – waaromtrent bewijs ontbreekt dat hij dit heeft gepleegd. Op de minister rust in het kader van de vaststelling van de boete de last te bewijzen dat de studerende niet heeft voldaan aan de verplichtingen van artikel 1.5, eerste lid, van de Wsf 2000. De Raad wijst in dit verband op het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6324, en op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3446.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b077ef5bb6a0224d6ad6527d3b07a1a3b3923ade6fdcbbb689f62ae7ee9b4cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b077ef5bb6a0224d6ad6527d3b07a1a3b3923ade6fdcbbb689f62ae7ee9b4cf, en de alinea staat in dat document op bytes 18570 tot 19269.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b077ef5bb6a0224d6ad6527d3b07a1a3b3923ade6fdcbbb689f62ae7ee9b4cf | shasum -a 256