Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016

Onder 6.3. Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1878.

Ingevolge artikel 9.9, eerste lid, van de Wsf 2000 is de hoogte van de boete die door de minister kan worden opgelegd rechtstreeks gekoppeld aan het ten gevolge van de herziening teruggevorderde bedrag. Het in artikel 9.9, tweede lid, van de Wsf 2000 gehanteerde vermoeden werkt in zoverre feitelijk door in de boete. Het bewijs van de minister dat ten grondslag wordt gelegd aan de boete blijkt in de praktijk voornamelijk te bestaan uit de resultaten van een huisbezoek op het gba-adres van de studerende. Soms wordt dit onderzoek uitgebreid met een huisbezoek op het adres van de ouders en/of een buurtonderzoek. Het onderzoek richt zich primair op de actuele woonsituatie. De uitkomst van dit onderzoek wordt geëxtrapoleerd naar het verleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b077ef5bb6a0224d6ad6527d3b07a1a3b3923ade6fdcbbb689f62ae7ee9b4cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b077ef5bb6a0224d6ad6527d3b07a1a3b3923ade6fdcbbb689f62ae7ee9b4cf, en de alinea staat in dat document op bytes 19993 tot 20753.