Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016
Onder 8.3. Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1878.
In zijn uitspraak van 2 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2107 heeft de Raad – na analyse van de wetsgeschiedenis op dit punt – het door de minister bij de beboeting gehanteerde uitgangspunt dat in beginsel een boete wordt opgelegd van 50 procent van het bedrag dat als gevolg van de herziening van de studerende wordt teruggevorderd aanvaard. Voor een genuanceerder stelsel met uitgangspunten voor beboeting, zoals de Raad bijvoorbeeld heeft neergelegd in zijn uitspraken van 24 november 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3754 en 23 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1801, ziet de Raad voor zaken als de onderhavige geen aanleiding. Anders dan in het type zaken waarop deze uitspraken betrekking hebben, heeft de boete in de Wsf 2000 geen betrekking op verschillende gedragingen, maar uitsluitend op het niet wonen op het gba-adres en het daarmee onrechtmatig hebben ontvangen van studiefinanciering naar de norm van een uitwonende. Misbruik van studiefinanciering is een ernstige vorm van fraude. Het gaat hier veelal om situaties waarin een studerende zich op enig moment, betrekkelijk kort voorafgaand aan een aanvraag voor studiefinanciering of kort daarna, laat inschrijven onder een bepaald gba-adres zonder daar vervolgens te gaan wonen. Deze inschrijving levert de studerende die vóór het moment van de overschrijving onder het gba-adres van (een van) zijn ouders was ingeschreven, een financieel voordeel op dat kan oplopen tot ongeveer € 200,- per maand. Moeilijk denkbaar is dat overschrijving naar een ander adres niet opzettelijk wordt geregeld en evenmin laat zich gemakkelijk denken dat een studerende na een weloverwogen overschrijving niet verhuist zonder dat hij zich daarvan bewust is. Van verminderde verwijtbaarheid zal slechts bij een (zeer) gering deel van de gevallen sprake zijn. De overtreding van artikel 1.5 van de Wsf 2000 laat zich mede gelet hierop, als uitgangspunt bij de beboeting, qua aard en zwaarte vergelijken met overtredingen waarvoor onder de meer genuanceerde boeteregimes de maximale boete mag worden opgelegd. Hierbij moet in het oog worden gehouden dat de op grond van artikel 9.9 van de Wsf 2000 opgelegde boete een maximum kent van 50 procent van het herzieningsbedrag, terwijl dat in de wetten waarop de twee hiervoor genoemde uitspraken betrekking hebben, behoudens recidive, 100 procent is. Denkbaar is uiteraard wel dat niet opzettelijk, maar als gevolg van onachtzaamheid, na een verhuizing de overschrijving naar het nieuwe adres niet (tijdig) geschiedt, of dat als gevolg van door bijzondere omstandigheden ingegeven verblijf op meerdere adressen, een onjuiste keuze wordt gemaakt bij de inschrijving. In dergelijke gevallen zal sneller sprake zijn van verminderde verwijtbaarheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b077ef5bb6a0224d6ad6527d3b07a1a3b3923ade6fdcbbb689f62ae7ee9b4cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b077ef5bb6a0224d6ad6527d3b07a1a3b3923ade6fdcbbb689f62ae7ee9b4cf, en de alinea staat in dat document op bytes 28644 tot 31383.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2b077ef5bb6a0224d6ad6527d3b07a1a3b3923ade6fdcbbb689f62ae7ee9b4cf | shasum -a 256