Citaat | Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016

Onder 10.1. Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 1 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1878.

De boeteoplegging voor de gehele periode gelegen voor de controle berust geheel op eerdergenoemd vermoeden. Gelet op hetgeen is overwogen in 6.7, de datum van het huisbezoek en de zogenoemde maandsystematiek van de Wsf 2000 werkt dit vermoeden in het geval van appellant terug tot 1 juni 2012. Nu appellant heeft aangegeven dat de aangetroffen situatie in de periode voorafgaand aan de controle niet verschilde van de situatie ten tijde van de controle, is er geen aanleiding de overtreding voor dit deel van de periode niet bewezen te achten op basis van het vermoeden. De minister heeft geen aanvullend bewijs geleverd als bedoeld in 6.8 op grond waarvan de periode voorafgaand aan de periode van een jaar bij de hoogte van de boete kan worden betrokken. Dit betekent dat de boete mag worden berekend met als grondslag het bedrag dat van appellant is teruggevorderd vanaf 1 juni 2012.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b077ef5bb6a0224d6ad6527d3b07a1a3b3923ade6fdcbbb689f62ae7ee9b4cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b077ef5bb6a0224d6ad6527d3b07a1a3b3923ade6fdcbbb689f62ae7ee9b4cf, en de alinea staat in dat document op bytes 35549 tot 36449.