Citaat | Centrale Raad van Beroep 25 mei 2016

Onder 4.10. Centrale Raad van Beroep 25 mei 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 25 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2019.

Uit overweging 4.7 volgt dat dit bedrag geheel voor rekening van CZ dient te komen, behoudens voor zover in deze periode sprake is geweest van een langere behandelingsduur door de rechterlijke instantie dan gerechtvaardigd. Deze situatie doet zich voor nu de behandeling van het laatste beroep door de rechtbank en het daarop volgende hoger beroep vanaf de ontvangst van het beroepschrift door de rechtbank op 21 september 2011 tot de datum van deze uitspraak meer dan drie en een half jaar heeft geduurd. De redelijke termijn voor de behandeling door de rechterlijke instanties is met bijna een jaar en zes maanden overschreden. Dit leidt tot het oordeel dat van de aanvullende schadevergoeding van € 5.500,- een bedrag van € 1.500,- ten laste van de Staat en een bedrag van € 4.000,- ten laste van CZ komt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb8fa2aceefe4d24dd9759424bcaf58389d83fee5e39ab0b183d03c08d774d49. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb8fa2aceefe4d24dd9759424bcaf58389d83fee5e39ab0b183d03c08d774d49, en de alinea staat in dat document op bytes 16459 tot 17289.