Citaat | Centrale Raad van Beroep 6 juni 2016

Onder 2.2. Centrale Raad van Beroep 6 juni 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 6 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2153.

3. In het hoger beroep is wederom naar voren gebracht dat appellante niet wist noch kon weten dat zij bezwaar kon maken tegen het pensioenoverzicht van 27 januari 2012, nu het door haar ontvangen overzicht geen bezwaarclausule bevatte en haar gemachtigde nog niet ‘in beeld’ was. Verder is er opnieuw op gewezen dat appellante ongelijk wordt behandeld ten opzichte van mensen die hun pensioenoverzicht digitaal raadplegen. Ten slotte is aangevoerd dat het stellen van de prejudiciële vragen van de Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie van 1 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:783, een nieuwe omstandigheid is in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), die appellante niet in een bezwaarprocedure tegen het besluit van 27 januari 2012 had kunnen aanvoeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95fda414ba20103ec5945e09fe783b273182d7fcd83a26cdcd4f114437421001. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95fda414ba20103ec5945e09fe783b273182d7fcd83a26cdcd4f114437421001, en de alinea staat in dat document op bytes 9444 tot 10249.