Citaat | Centrale Raad van Beroep 24 mei 2016
Onder 4.8. Centrale Raad van Beroep 24 mei 2016
Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 24 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2304.
In het geval van de niet aangetekende verzending van een besluit of een ander document dat rechtens van belang is, geldt als uitgangspunt dat het bestuursorgaan aannemelijk dient te maken dat het desbetreffende stuk is verzonden. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van het besluit of ander relevant document op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Indien het bestuursorgaan de verzending naar het juiste adres aannemelijk heeft gemaakt, ligt het vervolgens op de weg van de geadresseerde voormeld vermoeden te ontzenuwen. Hiertoe dient de geadresseerde feiten te stellen op grond waarvan de ontvangst redelijkerwijs kan worden betwijfeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c27925d69f3c837258fdc0f569cd499d814b4c74eab0d9bcd88a152fb46ea943. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c27925d69f3c837258fdc0f569cd499d814b4c74eab0d9bcd88a152fb46ea943, en de alinea staat in dat document op bytes 16613 tot 17506.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c27925d69f3c837258fdc0f569cd499d814b4c74eab0d9bcd88a152fb46ea943 | shasum -a 256