Citaat | Centrale Raad van Beroep 2 juni 2016

Onder 4.13. Centrale Raad van Beroep 2 juni 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 2 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2370.

Kasstortingen en bijschrijvingen op een bankrekening van een bijstandsontvanger worden in beginsel als in aanmerking te nemen middelen in de zin van artikel 31, eerste lid, van de PW beschouwd. Als deze betalingen een terugkerend of periodiek karakter hebben, door betrokkene kunnen worden aangewend voor de algemeen noodzakelijke bestaanskosten en zien op een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan, is voorts sprake van inkomen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de PW. Dit is niet anders voor contante bedragen die door een bijstandsgerechtigde periodiek worden ontvangen. De stelling van verzoeker dat sprake is van geleende bedragen die moeten worden terugbetaald, leidt op zichzelf niet tot een ander oordeel. Allereerst is een geldlening in artikel 31, tweede lid, van de PW niet uitgezonderd van het middelenbegrip. Voorts worden periodieke betalingen van derden, waaronder begrepen familieleden, aan bijstandsontvangers - ongeacht in welke vorm deze worden verstrekt - als daarover vrijelijk kan worden beschikt naar vaste rechtspraak als inkomen van de bijstandsontvanger aangemerkt (uitspraken van 22 januari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BY9138; van 23 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1106 en van

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eea95186ada43621bd8791ea6f6c669f7156069745f70ce0995af699ab9de574. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eea95186ada43621bd8791ea6f6c669f7156069745f70ce0995af699ab9de574, en de alinea staat in dat document op bytes 14827 tot 16062.