Citaat | Centrale Raad van Beroep 2 juni 2016

Onder 4.15. Centrale Raad van Beroep 2 juni 2016

Een alinea uit Centrale Raad van Beroep 2 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2370.

Wat onder 4.12 en 4.13 is overwogen brengt mee dat het dagelijks bestuur de contante betalingen van de ouders van verzoeker en de kasstortingen in de te beoordelen periode terecht als inkomen in de zin van artikel 32, eerste lid, van de PW heeft aangemerkt in de maanden waarin de betalingen en stortingen hebben plaatsgevonden. De door verzoeker in hoger beroep overgelegde uitvoerige berekeningen over zijn inkomsten en uitgaven aan de hand van zijn bankafschriften over de te beoordelen periode maakt het voorgaande niet anders. Niet in geschil is immers dat hij vanaf 22 oktober 2014 wekelijks het in geding zijnde leefgeld van zijn ouders ontvangt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eea95186ada43621bd8791ea6f6c669f7156069745f70ce0995af699ab9de574. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eea95186ada43621bd8791ea6f6c669f7156069745f70ce0995af699ab9de574, en de alinea staat in dat document op bytes 17019 tot 17686.